VAN HET RUSSISCHE RUIMTESTATION MIR

Artistieke voorstelling van het Internationaal Ruimtestation
In het baan om de Aarde sinds :

NAAR HET INTERNATIONALE RUIMTESTATION ISS


EEN INTERNATIONAAL RUIMTESTATION


Het Internationaal Ruimtestation, afgekort tot ISS voor International Space Station, wordt het grootste wetenschappelijk internationaal project uit de geschiedenis. Zestien landen: België, Brazilië, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Japan, Nederland, Noorwegen, Rusland, Spanje, Verenigde Staten van Amerika, Zweden en Zwitserland werken samen om in het eerste decennium van de éénentwintigste eeuw een volwaardig ruimtestation in een baan om de Aarde te hebben. De definitieve akkoorden werden op 29 januari 1998 te Washington D.C. ondertekend.

Reeds in 1984 besloot de Amerikaanse president Ronald Reagan om een ruimtestation, met de naam FREEDOM, te financieren met de steun van enkele medewerkende landen. In het begin van de jaren negentig werden de plannen drastisch gewijzigd en ontstond het huidig ISS-concept. De Russen, die sinds 1993 hun Mir-2 als onderdeel van het ISS gingen beschouwen, waren tegen de gesuggereerde naam ALFA, omdat deze eerste letter van het Griekse alfabet wijst op een begin, en de Russen hadden al heel wat ervaring met ruimtestations, namelijk met de Saljoets sinds 1971.



Russische ruimtestation Mir genomen vanuit STS-81- Jan 97
Een beeld van het Russische ruimtestation Mir
genomen vanuit de Amerikaanse spaceshuttle
STS-81, net vóór de koppeling op 14 januari 1997




SAMENWERKING TUSSEN DE GROOTMACHTEN

Amerikanen en Russen kwamen overeen om regelmatig astronauten in Mir te laten verblijven opdat de Amerikanen ook ervaring zouden opdoen voor een langdurig verblijf in een ruimte-station.

Toen Norm Thagard op 14 maart 1995 met Sojoez TM-21 samen met 2 Russische kosmonauten naar Mir werd gelanceerd, stond het Amerikaans verblijfduurrecord op amper 84 dagen, gevestigd in het Amerikaanse ruimtestation Skylab in 1973-1974. Aan boord van het ruimte-station Mir woonde toen al meer dan 14 maanden de arts-kosmonaut Valerie Poljakov. Een week later zou Poljakov na een recordverblijf van 438 dagen naar de Aarde terugkeren. Thagard keerde met STS-71 terug op 7 juli 1995 en bracht het Amerikaanse record op 115 dagen. Een jaar later op 22 maart 1996 wordt Shannon Lucid gelanceerd met STS-76. Zij heeft de fase van de Amerikaanse permanentie in Mir ingeluid. Lucid zou het Amerikaanse record nogmaals verbeteren, namelijk tot 188 dagen wat nu nog het verblijfduurrecord voor een vrouw in de ruimte is. Na haar verbleven er John Blaha (128 dagen), Jerry Linenger (132 dagen), Mike Foale (144 dagen), David Wolf (127 dagen) en tenslotte Andy Thomas (140 dagen). In totaal brachten de Amerikaanse astronauten 907 dagen door in Mir, waarvan 802 dagen ononderbroken, van 24 maart 1996 tot 8 juni 1998.

 

Mir gezien vanuit Atlantis (STS-79) in september 1996
Het ruimtestation Mir, gezien vanuit de koppelde
spaceshuttle Atlantis STS-79 in september 1996
Technische fiche




ERVARINGEN OPDOEN, EEN NOODZAAK

De Shuttle-Mir voorbereidingsfase bleek onontbeerlijk als voorbereiding van ISS. Men leerde o.m. hoe spaceshuttle en ruimtestation te coördineren, hoe op tijd te lanceren, rendez-vous en koppelingstechnieken te optimaliseren, hoe vracht efficiënt en ordelijk over te brengen in het ruimtestation en hoe "nuttige" ruimtewandelingen te maken. Ook hoe een ruimtestation bouwen, hoe ruimtevaarders oefenen voor lange ruimteverblijven, hoe zich psychologisch voorbereiden op zo'n vlucht, en hoe een veilige en gezonde terugkeer op Aarde verzekeren. Andere punten zijn:

  • een tijdschema opstellen voor ruimtestation-operaties, voor het onderhoud van het station en voor het uitvoeren van wetenschappelijke proeven.
  • hardware maken voor het ruimtestation, en hier hebben de Russen met de verscheidene modules voor Mir al heel wat ervaring opgedaan.
  • reageren op onvoorziene gebeurtenissen, zoals de brand aan boord in februari 1997 en de botsing met het Progress-bevoor-radingstuig einde juni 1997.

Het Russische ruimtestation Mir is het afgelopen jaar heel goed hersteld, en op 23 januari laatstleden heeft de Russische premier Jevgeni Primakov een decreet ondertekend om het ruimtestation Mir nog minstens drie jaar in de ruimte te houden, dit is tot 2002.

 

 

ENKELE FEITEN OVER DE AMERIKAANSE MIR-REIZIGERS

 

  • Norm Thagard suggereerde aan NASA dat men regelmatig contact moet hebben met de naaste familie, wat door NASA bij de volgende vluchten werd toegestaan.
  • Shannon Lucid kon haar lange verblijf beter verteren door vele detectiveverhalen te lezen en door elke zondag roze sokken aan te trekken.
  • John Blaha had het moeilijk aan boord van Mir om dat hij te maken kreeg met medereizigers waarmee hij niet was opgeleid. Door ziekte werd de ganse Russische ploeg, waarmee John oefende vervangen. Hij zocht zijn heil in de sportuitslagen, die door de grondcontroleurs uit Moskou naar Mir werden doorgeseind.
  • Jerry Linenger maakte de 14 minuten durende brand mee in Mir en die zal voor hem altijd een speciale betekenis hebben.
  • Mike Foale ervaarde de zwaarste botsing gedurende zijn verblijf in Mir; de botsing met het vrachtruimteschip Progress M-34.
  • Dave Wolf is de eerste Jood die het Joodse nieuwjaar, de Rosj Hasjanah, in de ruimte kon vieren.
  • Andy Thomas miste zijn dagelijks stortbad. Hij heeft ruim een maand nodig gehad om te herstellen van de gewichtloze toestand aan boord van Mir na zijn terugkeer op Aarde.

 

 

HET EINDE VAN DE VOORBEREIDINGSFASE

 

Met de terugkeer op Aarde van Andy Thomas op 12 juni 1998, na zijn verblijf in het Russisch ruimtestation Mir, werd de eerste fase, de voorbereidingsfase, van de bouw van het Internationaal Ruimtestation afgerond.


De koppelingsmodule UNITY voorzien van 6 luiken
De koppelingsmodule UNITY
     Unity en Zarya
De Russische functionele vrachtmodule ZARYA
(Functional Cargo Block - FCB) verbonden met
de Amerikaanse koppelingsmodule UNITY



BEGIN VAN DE TWEEDE FASE : DE BOUW

De tweede fase, de effectieve bouw, begon op 20 november 1998. Vanuit Bajkonoer in Kazachstan lanceerde een Protonraket een 22 ton wegende Russische functionele vrachtmodule ZARYA, Russisch voor dageraad. Deze module zorgt voor de elektrische energie, de communicatie met de grondstations, en de bestuurbaarheid. Later dient de Zarya als vrachtruim en brandstoftank.

Op 4 december 1998 lanceerden de Amerikanen de koppelingsmodule UNITY (11,5 ton) met de spaceshuttle-missie Endeavour STS-88. Dit is het verbindingsstuk, voorzien van zes luiken, om er de Zarya en de toekomstige Amerikaanse modules, zoals een labo en een leefruimte aan te koppelen.

Het derde element, de Russische dienst-woonmodule, de SERVICE MODULE, analoog aan de woonmodule van het ruimtestation Mir, is voorzien om in juli 1999 te koppelen met de twee eerste elementen.

De eerste ISS-bemanning, bestaande uit de Amerikaan William Shepherd, en de Russen Joeri Gidzenko en Sergei Krikalev (reeds lid van de bemanning STS-88!), zal in januari 2000 het nieuwe ruimtestation betreden.

 

De voorbereidingsfase bewees dat mensen uit verschillende ideologieën en culturen in vrede kunnen samenwerken in een ruimtestation in een baan om de Aarde.

Rusland en Amerika kwamen dichter bij elkaar en leerden hun respectievelijke contrasterende ruimtevaartprogramma's waarderen.

Het ISS is wellicht een aanloop van een bemande reis naar Mars over 20 tot 25 jaar en voor een verdere bemande verkenning van ons zonnestelsel tegen het einde van de éénentwintigste eeuw.

 

Klik hier !
Klik hier voor de technishe fiche




NUT VAN EEN RUIMTESTATION

Een ruimtestation is een laboratorium in de ruimte waar astronauten en kosmonauten bij het ontbreken van zwaartekracht, experimenten kunnen uitvoeren die op Aarde niet tot zo een knap resultaat leiden.

Denken we maar aan:

  • het aanmaken van zuivere kristalvormen,
  • het ontwikkelen van nieuwe composietmaterialen,
  • het aanmaken en ontwikkelen van geneesmiddelen die tienmaal sneller en tienmaal goedkoper gevormd kunnen worden,
  • het leren leven en werken buiten de Aarde samen met internationale partners.

Een ruimtestation moet de jeugd inspireren om wetenschappelijke en technologische studie-richtingen aan te vatten.

In feite is het een tussenstap om zich van daaruit voor te bereiden op de toekomstige Maan- en Marsreizen, de industriële activiteiten op de planetoïden, om te voldoen aan de ontdekkingsdrang van de mens.

 

De term ‘Ruimtestation’ komt van de Duitse raketpionier Hermann OBERTH (1894-1989) die een wielvormig ruimtestation voorstelde in 1923. Hierbij verwijzen we naar de prachtige science-fictionfilm 2001: A SPACE ODYSSEY van Stanley Kubrick uit 1968.

2001 : A Space Odyssey




Het ISS krijgt een bewoonbare ruimte zo groot als in twee Jumbojets: één woonmodule en zeven onderzoekmodules. (3 Russische, 2 Amerikaanse, 1 Europese en 1 Japanse module).

 

Met het bouwen van het ruimtestation krijgt in feite de spaceshuttle zijn oorsponkelijke opdracht, namelijk een ruimtependel te zijn.

 



Internationale Ruimtestation ISS in 2004
Zo zou het volledig qfgewerkte Internationale Ruimtestation ISS er moeten uitzien in 2004




BELGIE NEEMT DEEL AAN DE BOUW VAN HET ISS

België is één van de zestien landen die meebouwen aan het Internationale Ruimtestation ISS, en spendeert hier aan een bedrag van een vijf miljard Belgische frank. In absolute cijfers is onze bijdrage voor het ISS in Europa de vierde belangrijkste na de grote geldschieters Duitsland, Frankrijk en Italië. Maar per hoofd van de bevolking is dit vijfhonderd frank per Belg en behoren we tot de top in Europa.

België werkt aan dit Internationale Ruimtestation mee in het kader van zijn lidmaatschap van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, die onder meer de module Columbus en het automatische transportruimteschip ATV voor het ISS ontwikkelt.

Op het gebied van de ruimtevaartonderzoek is België betrokken bij zowat alle belangrijke domeinen. In totaal geven wij jaarlijks zo een 6,5 miljard Belgische frank aan ruimtevaart.

Een 24 procent van dit geld gaat naar de waarneming van de Aarde en de meteorologie. Verder gaat het naar de telecommunicatie (21%), de Ariane-raketten (18%), de ruimteweten-schappen (15%), het internationaal ruimtestation en onderzoek in gewichtloosheid (13%) en de ruimtevaarttechnologie (9%).

En als over een vijftal jaar de Belgische ESA-astronaut Frank De Winne aan boord van het internationale ruimtestation ISS gaat werken, dan zal dit ongetwijfeld een beloning betekenen voor de belangrijke inzet die België levert op het gebied van de ruimtevaart.


Edwin Loosveldt en Arthur Schoeters

Euro Space Foundation